Redactie 7 juli 2026 0 reacties Print AI verhoogt productiviteit op de werkvloer, maar macro-economische doorbraak laat nog op zich wachtenProductiviteitswinsten door generatieve AI zijn nauwelijks terug te vinden in nationale statistieken. Dat concludeert econoom Robert Inklaar (Rijksuniversiteit Groningen) in economenblad ESB. Wat is daar volgens hem dan de verklaring voor? Bedrijven zien in experimenten indrukwekkende productiviteitswinsten door generatieve AI, maar diezelfde winst is nauwelijks terug te vinden in bedrijfsenquêtes en nationale statistieken. Dat concludeert econoom Robert Inklaar (Rijksuniversiteit Groningen) in een artikel in economenblad ESB. Dat ligt volgens Inklaar niet aan de technologie zelf, maar aan bij de snelheid waarmee organisaties hun werkprocessen aanpassen. Zijn kernboodschap: effectieve toepassing van AI vergt complementaire investeringen in vaardigheden, managementpraktijken en organisatorische vernieuwing. Een bekende paradox, veertig jaar later Econoom Robert Solow merkte in 1987 op dat je het computertijdperk overal zag, behalve in de productiviteitscijfers. Bijna veertig jaar later, schrijft Inklaar, herhaalt exact hetzelfde patroon – de Solow-paradox – zich bij AI. Uit een grote bedrijfsenquête onder ongeveer 6.000 leidinggevenden in de VS, het VK, Duitsland en Australië blijkt dat bijna zeventig procent van de bedrijven inmiddels AI gebruikt. Toch ziet meer dan tachtig procent daarvan geen meetbaar effect op productiviteit of werkgelegenheid over de afgelopen drie jaar. Diezelfde bedrijven verwachten wél een productiviteitswinst van 1,4 procent in de komende drie jaar: de verwachtingen blijven hooggespannen, ondanks de voorlopige cijfers. Wat werkt, wat niet: relevant voor iedere HR-afdeling Onderzoeken die Inklaar aanhaalt, laten zien dat generatieve AI de tijd voor professionele schrijftaken flink kan verkorten en tegelijk de kwaliteit kan verhogen. Ook in callcenters en bij softwareontwikkeling zijn substantiële productiviteitswinsten gemeten, en in e-commerce verhoogden AI-chatbots de verkoop merkbaar. Een terugkerend patroon: minder ervaren werknemers profiteren doorgaans het meest van AI-ondersteuning, waardoor AI de productiviteitsverschillen tussen medewerkers kan verkleinen, relevant voor opleidings- en inwerkbeleid. Lees ook: Twee derde van HR haalt nog lang niet het maximale uit AI Maar er is ook een keerzijde, die volgens Inklaar minstens zo belangrijk is voor de praktijk. Een experiment onder ervaren opensource-ontwikkelaars liet zien dat AI-gebruik hen juist negentien procent trager maakte bij het werken in bestaande codebases, terwijl zij zelf dachten sneller te werken. Ander onderzoek toont dat professionals slechter presteerden wanneer ze AI inzetten voor taken die de technologie op dat moment nog niet zelfstandig aankon. De les voor HR: AI-adoptie is geen garantie voor productiviteitswinst, het hangt sterk af van de taak en de context. Daarnaast signaleert Inklaar een mismatch tussen wie AI zou moeten gebruiken en wie dat daadwerkelijk doet: AI-gebruik blijkt geconcentreerd bij werknemers met midden- tot hogere lonen, terwijl juist lager opgeleide werknemers in experimenten het meest profiteren. Waarom microwinst niet vanzelf macrowinst wordt Het interessantste deel van de analyse gaat over de vraag waarom deze veelbelovende resultaten op de werkvloer niet doorwerken in de nationale economie. Op basis van een economisch model komt econoom Daron Acemoglu uit op minder dan 0,07 procentpunt extra jaarlijkse productiviteitsgroei door AI over de komende tien jaar, een bescheiden effect. Optimistischere ramingen komen hoger uit, tot ongeveer 1,8 procentpunt in het meest gunstige scenario. Lees ook: ‘HR moet rol pakken in herverdelen van werk in het AI-tijdperk’ De belangrijkste verklaring is structureel. Zelfs als AI bepaalde taken sterk versnelt, blijft de totale output begrensd door taken die nog altijd door mensen worden uitgevoerd. Onderzoekers noemen dit het probleem van de “zwakke schakels”: zolang taken elkaar aanvullen in plaats van vervangen, remt het menselijke deel van het werk de totale productiviteitswinst af. Wat betekent dit voor Nederlandse organisaties? Het verschil tussen landen en bedrijven ontstaat niet door wie de technologie produceert, maar door de snelheid waarmee bedrijven die technologie integreren in hun werkprocessen, zo legt Inklaar uit. Nederland doet het relatief goed: ongeveer 23 procent van de Nederlandse bedrijven gebruikt inmiddels minstens één AI-toepassing, tegenover een Europees gemiddelde van 20 procent. Lees ook: Netto waarde AI vaak veel lager dan verwacht Een veldexperiment onder ruim 500 snelgroeiende start-ups, aangehaald in het artikel, laat zien waar voor HR en organisaties concreet winst te behalen valt. Bedrijven die simpelweg informatie kregen over hoe vergelijkbare organisaties AI in hun productieproces hadden georganiseerd, ontdekten 44 procent meer bruikbare AI-toepassingen en realiseerden bijna twee keer zoveel omzetgroei. De frictie zit niet in de toegang tot AI-tools, maar in het ontdekken waar AI binnen de eigen organisatie daadwerkelijk waarde toevoegt. Bron: Robert Inklaar, “Productiviteitswinst door AI op microniveau levert nog geen macrowonder op”, ESB, 2 juli 2026. adoptie, AI, economie Print Over de auteur Over Redactie De redactie van HRTech Arena plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. Suggesties en tips kunt u sturen naar redactie[AT]zipmedia.nl Bekijk alle berichten van Redactie