Nieuwe Fosway grid voor talent acquisitie Geplaatst 13 juli 2026 door Redactie Europees onderzoeksbureau Fosway constateert dat de noodzaak om te werven steeds vaker ter discussie staat, zeker nu AI taken van mensen overneemt. Dit speelt in Europa sterker dan in andere gebieden, omdat formatiebeslissingen beïnvloed worden door arbeidsrechtelijke bescherming, medezeggenschap en een historisch lagere groei. De vraag is niet alleen of een rol betaalbaar of waardevol genoeg is om een vacature voor te openen, maar ook welke taken door mensen uitgevoerd worden, waar het werk moet plaatsvinden en of een vaste aanstelling überhaupt passend is. Recruiters worden daardoor eerder betrokken bij bredere workforce-vraagstukken — nog vóórdat externe werving start. Bij rollen waar een vacature direct impact heeft, zoals omzetkritische, operationele of schaarse rollen, moeten recruiters sneller schakelen, terwijl ze juist moeten vertragen waar het herontwerp van werk, bijvoorbeeld door taaksubstitutie door AI, nog geen helder functieprofiel oplevert. Talentwerving voegt minder waarde toe door elke aanvraag gelijk te behandelen, en meer door te bepalen welke aanvragen prioriteit verdienen, welke extra analyse vragen en welke beter niet tot een aanname (hire) leiden. Aantonen onderscheidend voordeel belangrijker Organisaties willen hun HR-ecosysteem vereenvoudigen en platforms samenvoegen. HCM-leveranciers versterken hun talent acquisition functionaliteit. Daardoor wordt aanvullende tooling minder noodzakelijk voor organisaties. Talent Acquisition-suites en specialisten winnen nog steeds waar hun onderscheidende functionaliteit cruciaal is voor het resultaat, maar moeten dat voordeel wel overtuigend aantonen. De budgetten voor talentwerving staan in Europa onder druk, maar niet ieder onderdeel in het proces wordt even hard geraakt. Investeringen in Talent Acquisition-technologie zijn beter verdedigbaar wanneer ze de productiviteit van de recruiter, de kwaliteit van besluiten of de compliance verbeteren. Toegang tot kandidaten is niet langer voldoende om budget voor talentwerving te beschermen: leveranciers moeten aantonen hoe zij productiviteit, kwaliteit en wervingsresultaten verbeteren. Richtlijn Loontransparantie Sinds 7 juni 2026 moet de Europese Richtlijn Loontransparantie geïmplementeerd zijn in de Europese lidstaten. In Nederland is de invoering uitgesteld tot 1 januari 2027. Deze richtlijn heeft ook impact op het werk van recruiters, al gaan zij niet direct over de onderliggende functie- en beloningsarchitectuur. In veel organisaties worden vacatures geopend terwijl functieniveau, salarisschaal, locatie‑aannames, vaardigheidseisen en uitzonderingen op goedkeuring nog niet volledig zijn afgestemd. Lees ook: Wet loontransparantie: dit moet HR nu al regelen Talentwerving legt elke interne inconsistentie bloot, zodra een functie extern wordt uitgezet. Dat was altijd al een kwetsbaarheid, maar door loontransparantie wordt deze nu zichtbaar voor zowel kandidaten als medewerkers, waardoor de kans op toezicht en regulatoire risico’s toeneemt. Recruiters zullen duidelijkere salarisinformatie moeten beheren en consistenter moeten communiceren met kandidaten. Loontransparantie verandert intakegesprekken daarom van procesmatige hygiëne in een controlepunt voor compliance, eerlijkheid en geloofwaardigheid van de werkgever. Het 2026 Talent Acquisition 9-Grid De Fosway 9-Grid is een vijfdimensionaal model, waarbij men kijkt naar verschillende criteria: de kwaliteit (performance) van de tool, het potentieel (potential), de aanwezigheid op de Europese markt (presence), de kosten voor aanschaf en gebruik (TCO) en de ontwikkelrichting in termen van prestaties en potentieel (future trajectory). Nieuwe namen in de Fosway 9-Grid voor Talent Acquisition in 2026: Ashby, een aanbieder van talent acquisition suites. EVA, een AI-gestuurde specialist in talent acquisition automatisering. hackajob, een agentische talentwervingsspecialist. Harri, een specialist voor de horeca. HrFlow, een AI-specialist in talentranking en -analyse. Pinpoint, een aanbieder van talent acquisition suites. Poetry, een AI-specialist in het faciliteren van werving. Sense, een specialist in kandidaatbetrokkenheid en recruitment automatisering. Dit jaar is occy uit de Grid verwijderd, omdat deze partij niet langer voldoet aan de criteria voor opname. Plum is verwijderd na de overname door Phenom. Na de overname van SmartRecruiters door SAP wordt deze partij nu in de Fosway 9-Grid onder de bedrijfsnaam SAP weergegeven. Vanwege een rebranding heet Infinite BrassRing nu BrassRing. Lees ook: Wat betekent de overname van SmartRecruiters door SAP voor gebruikers van deze HRTech-oplossingen? – HR Tech Arena Geplaatst in Gebruiken, Selecteren | Tags Fosway, recruitment, talent acquisition | Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe Fosway grid voor talent acquisitie
Digitalisering & AI cruciaal voor Talentstrategie kabinet. Skills-gerichte arbeidsmarkt onderdeel actieplan. Geplaatst 11 juli 2026 door Redactie Het kabinet heeft ‘digitalisering en AI’ benoemd als een van de vier domeinen die cruciaal zijn voor de toekomstige welvaart van Nederland. Dat staat in de Talentstrategie die vier betrokken ministers hebben gepresenteerd. Gelijktijdig kwam ook de tweede productiviteitsagenda uit. In beide stukken aandacht voor een skills-gerichte arbeidsmarkt en het ontwikkelen van een gemeenschappelijke taal voor wat mensen kennen en kunnen. Digitalisering & AI als groeidomein Het kabinet kiest voor gerichte investeringen in vier domeinen: digitalisering & AI, veiligheid & weerbaarheid, energie- & klimaattechnologie en life sciences & biotechnologie. De focus op digitalisering & AI is volgens het kabinet nodig omdat hoogtechnologische doorbraken – nodig om innovatie en productiviteit te versnellen – digitaal gedreven zijn. Ze leveren daarmee ook een bijdrage aan noodzakelijke doorbraken in de andere drie domeinen. Het kabinet noemt digitalisering nadrukkelijk een manier om sneller en slimmer te kunnen werken, en wil met investeringen in dit domein ook de afhankelijkheid van buitenlandse technologie verkleinen. Concreet werkt het kabinet aan een miljoen digitaal geschoolden in 2030, zoals vastgelegd in de Strategie Digitale Economie. Om dat te bereiken loopt onder meer de in oprichting zijnde Taskforce Data, AI en Cloud Talent, de HBO-i-studiekeuzecampagne “De wereld is ICT. Studeer het” en het door werkgevers geïnitieerde Switch-to-Digital. Het opleidingsfonds CA-ICT ontwikkelt daarnaast leerpaden voor digitale functies, die dit jaar worden uitgebreid met het domein cybersecurity. Lees ook: Waarom AI HR dwingt om strategischer naar mensen te kijken Skills-gerichte arbeidsmarkt: van diploma naar vaardigheden Ook de beweging naar een skills-gerichte arbeidsmarkt, waarin niet het diploma maar de aantoonbare vaardigheid van een kandidaat centraal staat, krijgt aandacht. Het kabinet verwijst daarbij op het SER-rapport Op weg naar een skillsgerichte arbeidsmarkt en het SER-advies AI en werk, en noemt deze beweging expliciet als vervolgstap op eerdere investeringen vanuit het Nationaal Groeifonds. Lees ook: We hebben geen tekort, we hebben een mismatch’: waarom de Skills Wallet het cv overbodig maakt De sleutel daarbij is een gemeenschappelijke taal voor skills. CompetentNL, de landelijke standaardtaal voor vaardigheden, is volgens de productiviteitsagenda inmiddels succesvol live met ruim honderd aangesloten partijen. Daarmee wordt het volgens het kabinet makkelijker om vacatures en werkzoekenden op basis van skills aan elkaar te koppelen, iets waar HR-techleveranciers en recruitmentplatforms al langer op inzetten. CompetentNL is gekoppeld aan de 35 regionale Werkcentra, de nieuwe loketten waar werkzoekenden, werkenden en werkgevers terechtkunnen met vragen over werk, scholing en personeel. Lees ook: Van dialect naar ABN: waarom Nederland een gemeenschappelijke skillstaal nodig heeft Leren en ontwikkelen: infrastructuur in de maak Naast de skills-taal werkt het kabinet aan een nieuwe regeling voor leven lang ontwikkelen (LLO), gericht op groepen die nu minder aan scholing doen, zoals mbo-opgeleide professionals. Het kabinet verkent daarbij een infrastructuur van individuele leerrechten, en wil de transitievergoeding op termijn koppelen aan deze LLO-infrastructuur zodat scholing na baanverlies makkelijker wordt. Twee NGF-projecten, de LLO-Katalysator en het LLO Collectief, moeten ondertussen onderwijsinstellingen en bedrijfsleven dichter bij elkaar brengen bij het ontwikkelen van scholingsaanbod, onder meer voor digitale vaardigheden. Ook in Europees verband is skills een thema: Nederland zet zich samen met de Benelux-landen in voor het Skills Portability Initiative van de Europese Commissie, dat dit najaar wordt verwacht en vaardigheden en beroepskwalificaties makkelijker overdraagbaar moet maken binnen en van buiten de EU. Aanknopingspunten voor HR-tech Naast deze centrale visie op talent, bouwt de overheid dus zelf aan een deel van de infrastructuur via CompetentNL, de Werkcentra en de LLO-regeling. Daarop kunnen private ontwikkelaars van skills-taxonomieën, matching-technologie en leerplatformen aansluiten of voortbouwen, zo is de gedachte. Meer weten over de bredere Talentstrategie, inclusief de aanpak van arbeidsmigratie en de andere drie groeidomeinen? Lees voor een uitgebreide samenvatting dit artikel hierover op HRmorgen.nl. Geplaatst in Innovatie, Markt | Tags AI, CompetentNL, Learning & Development, skills | Reacties uitgeschakeld voor Digitalisering & AI cruciaal voor Talentstrategie kabinet. Skills-gerichte arbeidsmarkt onderdeel actieplan.
Van dialect naar ABN: waarom Nederland een gemeenschappelijke skillstaal nodig heeft Geplaatst 10 juli 2026 door Redactie Praat met tien organisaties over dezelfde vaardigheid en je krijgt tien verschillende woorden: klantgericht, servicegericht, ondersteunend. Klinkt hetzelfde, betekent voor een matchingsysteem iets anders. “Daardoor ontstaan er een soort van eilandjes, ieder zijn eigen taal,” zegt Kevin Sikma, accountmanager bij CompetentNL. Samen met data-analist Jeroen Bovenlander bespreekt hij in een webinar van HRMorgen en HRTechArena hoe de nationale standaard voor het beschrijven van vaardigheden en kennis die verwarring moet wegnemen. CompetentNL is ontwikkeld door UWV, SBB, TNO en CBS, in opdracht van de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, met als doel onderwijs en arbeidsmarkt op basis van skills met elkaar te verbinden. Eén taal in plaats van dialecten Sikma vat het probleem samen met een taalmetafoor die hij vaker gebruikt: “Ik noem het weleens van dialect naar ABN.” Organisaties verstaan elkaar wel ongeveer, zoals een Limburger en een Groninger, maar gebruiken andere woorden voor hetzelfde begrip. Zodra je matcht, doorstroomt of vergelijkt tussen organisaties, wordt dat een probleem. CompetentNL biedt daarvoor de gemeenschappelijke basis: één dataset die skills, beroepen en opleidingen aan elkaar koppelt, en die ook gemapt is aan internationale standaarden als ESCO en O*NET. Skills is een beetje de containerterm van alle vaardigheden, alle kennis en kunde. Belangrijk is wat CompetentNL nadrukkelijk niet is. Het is geen software en geen matchingtool, benadrukt Sikma: wie zelf naar competentnl.nl gaat om daar skills-gap-analyses te draaien, zit fout. CompetentNL is de bron, beschikbaar als gratis API of SPARQL-endpoint, waarop andere partijen hun eigen tooling bouwen. Sikma gebruikt daarvoor graag de vergelijking met een auto: “Competent als, als smeerolie” onder de motorkap, de daadwerkelijke toepassing gebeurt erboven, bij de HR-systemen en loopbaanplatformen die de markt bouwt. Lees ook: “Met uniforme skillstaal CompetentNL helpen we de arbeidsmarkt verder” – HR Tech Arena Wat een cv niet vertelt Waarom is dat nodig naast een gewoon cv? Bovenlander en Sikma leggen uit dat de traditionele blik op werk vooral kijkt naar wat iemand heeft gedaan en welke functietitel daarbij hoort. Dat is volgens Sikma een logisch, maar onvolledig vertrekpunt: het cv “vertelt niet altijd het hele verhaal” over wat iemand daadwerkelijk kan en hoe dat sectoroverstijgend overdraagbaar is. De skills-benadering kijkt in plaats daarvan naar kennis, vaardigheden en het ontwikkelprofiel van iemand over de jaren heen. Lees ook: Mythes over de arbeidsmarkt, deel 3: een diploma is voldoende bewijs – HRMorgen.nl Dat onderscheid is niet alleen theoretisch. Bijna 95 procent van alle Nederlandse beroepen is in CompetentNL gekoppeld aan skills, taken en werkomstandigheden: is het werk fysiek belastend, veel zittend of staand werk. Voor de opleidingskant loopt de dekking door tot en met mbo-niveau, met uitbreiding naar hoger en non-formeel onderwijs in de maak. Een technisch voorbeeld dat Bovenlander laat zien: als je drie specifieke skills als uitgangspunt neemt (wegvervoer, voorraadbeheer en douaneprocessen), levert de dataset direct het beroep op waar die combinatie het best bij past, en welke aanpalende beroepen al twee van de drie in huis hebben. Precies dat maakt gerichte omscholing mogelijk: welke opleiding heb je nodig om van het ene beroep naar het andere over te stappen. Het argument tegen opleiden weerlegd Een weerbarstig obstakel voor skillsbased werken is de angst dat opleiden weglekt: waarom zou een werkgever investeren in iemands ontwikkeling als die persoon daarna vertrekt? Sikma erkent dat het “een slecht stemmetje” is, maar wel een valide punt om hardop te stellen. Zijn weerwoord: functiebehoud is minstens zo belangrijk als nieuwe mensen werven, zeker met de vergrijzing in het vooruitzicht. Wie kansen biedt aan het eigen personeel, bouwt daarmee net zo goed aan binding als aan instroom van buitenaf. Lees ook: Medewerkers aan boord houden? Focus op het trainen en ontwikkelen van skills – HRMorgen.nl Een unieke, mensgecontroleerde dataset Internationaal doet Nederland het volgens Sikma opvallend goed: qua ontwikkeling van een nationale skills-standaard staat het land in de mondiale top vier of vijf, na koplopers als Singapore en België. CompetentNL bouwt zelfs voort op het Belgische systeem Competent. Toch relativeert Sikma de ranglijst meteen met een kanttekening over kwaliteit boven snelheid: “In Europa is er geen vergelijkbare dataset beschikbaar die zo rijk en compleet is.” Wat die dataset onderscheidt van een AI-gegenereerde skills-lijst, is dat elke koppeling tussen een skill en een beroep uiteindelijk door een mens is gecontroleerd. Een aanbevelingssysteem met AI signaleert bijvoorbeeld nieuwe skills die vaker in vacatureteksten opduiken, maar een persoon beoordeelt of die suggestie klopt voordat hij in de live dataset terechtkomt. Dat maakt de dataset volgens Sikma niet in een “dicht AI-systeem” gecreëerd, maar aantoonbaar gevalideerd. Aan de slag: van viewer tot SPARQL Voor wie wil beginnen, onderscheidt Bovenlander drie toegangswegen met oplopende technische diepgang. De viewer op competentnl.nl is bedoeld voor niet-technische gebruikers en laat toe vrij te klikken door beroepen, skills en opleidingen. Voor softwarebouwers is er een RESTful API met vooraf gedefinieerde vragen, en voor wie de dataset volledig vrij wil bevragen is er een SPARQL-endpoint, waarmee bijvoorbeeld combinaties van skills direct aan passende beroepen te koppelen zijn. Toegang tot beide technische opties vraagt een gratis API-key; het gebruik van CompetentNL kost, in welke vorm dan ook, niets. CompetentNL is nadrukkelijk geen eindproduct. Op 15 juli verschijnt een nieuwe versie met verbeteringen in de skills-taxonomie, en organisaties die zelf willen instappen, kunnen zich aanmelden voor de nieuwsbrief of de community op competentnl.nl, waar ook fysieke bijeenkomsten en een digitaal vragenuur worden georganiseerd. Voor wie zich afvraagt wat het concreet oplevert, noemt Sikma drie richtingen die in de praktijk al vorm krijgen: preciezere matching tussen vacatures en kandidaten, gerichter opleiden binnen het eigen leven lang ontwikkelen, en een beter onderbouwde inschatting van de geschiktheid van zij-instromers. Bekijk het webinar over CompetentNL op het YouTube-kanaal van HRMorgen: Geplaatst in Innovatie, Markt | Tags CompetentNL, skills, webinarweek | Reacties uitgeschakeld voor Van dialect naar ABN: waarom Nederland een gemeenschappelijke skillstaal nodig heeft
Wet loontransparantie: dit moet HR nu al regelen Geplaatst 9 juli 2026 door Eveline Meijer Hoeveel verdient mijn collega? Welk salaris hoort bij een openstaande vacature? En krijgen mannen meer betaald dan vrouwen binnen een bepaalde functie? Werkgevers moeten binnenkort meer transparantie bieden over dit soort vragen. Naar verwachting gaat de Wet loontransparantie vanaf 1 januari 2027 namelijk in. HR-afdelingen moeten zich daar nu al op voorbereiden. De nieuwe wetgeving volgt uit een Europese richtlijn loontransparantie uit 2023, die Nederland nu in eigen wetgeving omzet. De wet gaat naar verwachting op 1 januari 2027 in, al moeten de Eerste en Tweede Kamer het wetsvoorstel nog aannemen. Volgens het wetsvoorstel mogen werkgevers tijdens de werving niet meer naar het vorige salaris van een sollicitant vragen, en moeten ze voor het eerste sollicitatiegesprek transparant zijn over de salarisschaal die bij de functie hoort. Werknemers krijgen bovendien het recht om informatie op te vragen over hun eigen loon en het gemiddelde loon van collega’s die gelijkwaardig werk doen, uitgesplitst naar geslacht. Werkgevers met meer dan honderd werknemers moeten daarnaast periodiek rapporteren over de gemiddelde lonen. Transparant bij werving Jeffrey Glauber, Product Marketing Manager bij SAP Ook voor HR-afdelingen zit hier flink wat werk in. Beginnend met het informeren van de mensen die zich bezighouden met de werving van nieuw personeel, vertelt Jeffrey Glauber, Product Marketing Manager bij SAP. “Je moet managers en recruiters vertellen dat ze niet langer naar het vorige salaris mogen vragen. Als HR-afdeling moet je dus zorgen dat zij op de hoogte zijn van deze nieuwe regels.” Daarnaast moet HR bepalen wanneer en waar ze informatie over de salarisschaal delen in het wervingsproces. “Die informatie moet je voor het eerste sollicitatiegesprek delen. Veel bedrijven zetten de informatie in de vacature zelf. Maar hoe dan ook is dat wel iets waar je over na moet denken.” Gelijkwaardig werk bepalen Nieke Dorland, productmanager bij AFAS Een complexer vraagstuk is hoe je omgaat met de transparantie naar eigen werknemers toe. Zij mogen straks immers informatie opvragen over de gemiddelde salarissen van collega’s die gelijkwaardig werk doen, uitgesplitst naar geslacht. Maar die informatie moet dan wel beschikbaar zijn. Om dat eenvoudiger te maken, is met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid afgesproken dat de gebruikte begrippen hiervoor aansluiten op de begrippen uit de loonaangifte, vertelt Nieke Dorland, productmanager bij AFAS. “Als je loonaangifte doet, heb je dus al veel voor elkaar.” Als je loonaangifte doet, heb je al veel voor elkaar. Maar organisaties moeten nog wel vastleggen wat dan gelijkwaardig werk is. Binnen een bedrijf kunnen tal van functies en functieniveaus zijn, die vergelijkbaar of juist heel verschillend werk omvatten. “Als werkgever moet je dus zorgen dat je je functies in categorieën gaat indelen, waarvan jij zegt dat het werk gelijk of gelijkwaardig is”, verklaart Dorland. Juist over dat soort vraagstukken moet HR zich gaan buigen. Grote cao-partijen, bijvoorbeeld in het onderwijs of de zorg, hebben daar volgens Dorland vaak al informatie over: in cao’s zit vaak al een functiehuis dat als leidraad kan dienen. Maar ook dan moet je kunnen uitleggen waarom bepaalde functies in een categorie vallen. Om hierbij te ondersteunen heeft de Rijksoverheid een handreiking gemaakt voor het maken van de categorieën, met een checklist van alle stappen die je moet zetten. Hoe deel je informatie over het salaris? Een volgende vraag is hoe je die informatie vervolgens beschikbaar stelt aan je werknemers. Glauber: “Wil je dat dit een selfservice-ervaring is of vereist dit handmatig werk vanuit het HR-team? Wil je bijvoorbeeld dat werknemers je een e-mail sturen, waarna het HR-team handmatig een rapport opstelt? Of wil je dat werknemers automatisch een rapport kunnen laten genereren via de software die je gebruikt?” Lees ook: 6 op 10 bedrijven wil payroll gaan uitbesteden SAP en AFAS – beide leveranciers van HRtech – hebben daar zelf al wel een aanpak voor bedacht. AFAS gaat een plek inrichten waar het systeem de informatie standaard toont. “Wat is nu het verschil tussen het moeten opvragen en het gewoon opleveren? Dan kun je het maar beter in één keer voor iedereen beschikbaar maken, dan kunnen werknemers de informatie ook gewoon zien”, stelt Dorland. Ook SAP zet in principe in op een selfservice-optie. “Werknemers kunnen via hun profiel een verzoek aanmaken om een rapport te genereren. Dat rapport verzamelt de informatie en toont jou je salaris en het gemiddelde salaris van collega’s die gelijkwaardig werk doen. En het toont alle criteria die het gebruikt heeft om tot die gemiddelden te komen. Dat geeft een minimale last voor HR-teams”, vertelt Glauber. Rapportageplicht over lonen werknemers Bedrijven met meer dan honderd werknemers moeten straks ook verplicht gaan rapporteren over de gemiddelde salarissen per categorie, uitgesplitst naar mannen en vrouwen. Ook daarvoor kun je in principe dezelfde begrippen gebruiken als uit de loonaangifte, zegt Dorland. “Maar het is niet gewoon een aftreksel van de loonaangifte. Het bevat wel dezelfde gronddata, maar die aggregeer je anders, omdat je de categorieën moet hanteren en andere berekeningen moet doen met de bedragen. In de loonaangifte splitst je bijvoorbeeld niets uit naar mannen en vrouwen. Dan lever je de dienstverbanden en inkomstenverhoudingen aan.” Hoe zit het met uitzendkrachten? Bedrijven die met uitzendkrachten werken, krijgen met nog een extra uitdaging te maken: wie is verantwoordelijk voor het verschaffen van informatie aan hen? Volgens Dorland is dat waarschijnlijk de inlener, oftewel het bedrijf dat de uitzendkracht inhuurt. “Als jij een werkgever bent met uitzendkrachten, dan moet je dus ook over de mensen die je inhuurt gaan rapporteren. Dan bestaat je rapportage dus uit twee delen: één over je eigen medewerkers en één over de ter beschikking gestelde uitzendkrachten.” Maar uitzendkrachten krijgen, net als werknemers, ook recht op inzage in de gemiddelde salarissen voor gelijkwaardig werk. Die informatie kunnen zij straks bij het uitzendbureau opvragen, weet Dorland. Daar ligt dus een taak voor de uitzendbureaus. Neem processen onder de loep Bij alle nieuwe regelgeving ligt de verleiding op de loer om alleen aan de regels te voldoen, en het daarbij te laten. Maar Glauber spoort HR-afdelingen aan om verder te gaan. “Dit is echt een kans om alle processen eens onder de loep te nemen, te zien waar potentiële hiaten zitten en waar je kunt optimaliseren.” Dit is een kans om alle processen eens onder de loep te nemen. Als voorbeeld noemt hij de vacatures, waarin HR vaak de salarisschaal meeneemt. “Kun je dat niet automatiseren? In veel HR-systemen kun je de salarisschaal van een functie automatisch laten doorvoeren in een vacaturetekst. Dan zorg je er altijd voor dat je daar transparant over bent. Deze wet vormt zo echt een kans om voorop te lopen als het gaat om transparantie en gelijkwaardige salarissen.” Hoe zit het met de AVG? In Europa geldt ook de privacywetgeving AVG, met daarin strenge regels over de verwerking en verstrekking van persoonsgegevens. Botst de richtlijn loontransparantie daar niet mee? In principe niet. De richtlijn loontransparantie vereist dat bedrijven gemiddelde salarissen van gelijkwaardig werk melden, niet de individuele salarissen van iedere werknemer. Maar bij kleine bedrijven, waar bijvoorbeeld twee of drie mensen bepaald werk uitvoeren, geeft zo’n gemiddelde natuurlijk al vrij veel bloot. In theorie kun je terugrekenen wat het salaris van de andere werknemers dan is. En als slechts één iemand binnen een categorie valt, dan vermeldt het bedrijf dus alleen zijn of haar salaris. “In dat geval gaat het recht op transparantie boven de AVG”, zegt Dorland. “Het is niet de bedoeling dat je op individueel niveau gaat rapporteren wat een salaris is. Maar als blijkt dat het daar wel op neerkomt, dan moet je het alsnog wel rapporteren.” Geplaatst in Gebruiken, Implementeren | Tags AFAS, loontransparantie, payroll, salaris, SAP, wet- en regelgeving | Reacties uitgeschakeld voor Wet loontransparantie: dit moet HR nu al regelen
AI verhoogt productiviteit op de werkvloer, maar macro-economische doorbraak laat nog op zich wachten Geplaatst 7 juli 2026 door Redactie Bedrijven zien in experimenten indrukwekkende productiviteitswinsten door generatieve AI, maar diezelfde winst is nauwelijks terug te vinden in bedrijfsenquêtes en nationale statistieken. Dat concludeert econoom Robert Inklaar (Rijksuniversiteit Groningen) in een artikel in economenblad ESB. Dat ligt volgens Inklaar niet aan de technologie zelf, maar aan bij de snelheid waarmee organisaties hun werkprocessen aanpassen. Zijn kernboodschap: effectieve toepassing van AI vergt complementaire investeringen in vaardigheden, managementpraktijken en organisatorische vernieuwing. Een bekende paradox, veertig jaar later Econoom Robert Solow merkte in 1987 op dat je het computertijdperk overal zag, behalve in de productiviteitscijfers. Bijna veertig jaar later, schrijft Inklaar, herhaalt exact hetzelfde patroon – de Solow-paradox – zich bij AI. Uit een grote bedrijfsenquête onder ongeveer 6.000 leidinggevenden in de VS, het VK, Duitsland en Australië blijkt dat bijna zeventig procent van de bedrijven inmiddels AI gebruikt. Toch ziet meer dan tachtig procent daarvan geen meetbaar effect op productiviteit of werkgelegenheid over de afgelopen drie jaar. Diezelfde bedrijven verwachten wél een productiviteitswinst van 1,4 procent in de komende drie jaar: de verwachtingen blijven hooggespannen, ondanks de voorlopige cijfers. Wat werkt, wat niet: relevant voor iedere HR-afdeling Onderzoeken die Inklaar aanhaalt, laten zien dat generatieve AI de tijd voor professionele schrijftaken flink kan verkorten en tegelijk de kwaliteit kan verhogen. Ook in callcenters en bij softwareontwikkeling zijn substantiële productiviteitswinsten gemeten, en in e-commerce verhoogden AI-chatbots de verkoop merkbaar. Een terugkerend patroon: minder ervaren werknemers profiteren doorgaans het meest van AI-ondersteuning, waardoor AI de productiviteitsverschillen tussen medewerkers kan verkleinen, relevant voor opleidings- en inwerkbeleid. Lees ook: Twee derde van HR haalt nog lang niet het maximale uit AI Maar er is ook een keerzijde, die volgens Inklaar minstens zo belangrijk is voor de praktijk. Een experiment onder ervaren opensource-ontwikkelaars liet zien dat AI-gebruik hen juist negentien procent trager maakte bij het werken in bestaande codebases, terwijl zij zelf dachten sneller te werken. Ander onderzoek toont dat professionals slechter presteerden wanneer ze AI inzetten voor taken die de technologie op dat moment nog niet zelfstandig aankon. De les voor HR: AI-adoptie is geen garantie voor productiviteitswinst, het hangt sterk af van de taak en de context. Daarnaast signaleert Inklaar een mismatch tussen wie AI zou moeten gebruiken en wie dat daadwerkelijk doet: AI-gebruik blijkt geconcentreerd bij werknemers met midden- tot hogere lonen, terwijl juist lager opgeleide werknemers in experimenten het meest profiteren. Waarom microwinst niet vanzelf macrowinst wordt Het interessantste deel van de analyse gaat over de vraag waarom deze veelbelovende resultaten op de werkvloer niet doorwerken in de nationale economie. Op basis van een economisch model komt econoom Daron Acemoglu uit op minder dan 0,07 procentpunt extra jaarlijkse productiviteitsgroei door AI over de komende tien jaar, een bescheiden effect. Optimistischere ramingen komen hoger uit, tot ongeveer 1,8 procentpunt in het meest gunstige scenario. Lees ook: ‘HR moet rol pakken in herverdelen van werk in het AI-tijdperk’ De belangrijkste verklaring is structureel. Zelfs als AI bepaalde taken sterk versnelt, blijft de totale output begrensd door taken die nog altijd door mensen worden uitgevoerd. Onderzoekers noemen dit het probleem van de “zwakke schakels”: zolang taken elkaar aanvullen in plaats van vervangen, remt het menselijke deel van het werk de totale productiviteitswinst af. Wat betekent dit voor Nederlandse organisaties? Het verschil tussen landen en bedrijven ontstaat niet door wie de technologie produceert, maar door de snelheid waarmee bedrijven die technologie integreren in hun werkprocessen, zo legt Inklaar uit. Nederland doet het relatief goed: ongeveer 23 procent van de Nederlandse bedrijven gebruikt inmiddels minstens één AI-toepassing, tegenover een Europees gemiddelde van 20 procent. Lees ook: Netto waarde AI vaak veel lager dan verwacht Een veldexperiment onder ruim 500 snelgroeiende start-ups, aangehaald in het artikel, laat zien waar voor HR en organisaties concreet winst te behalen valt. Bedrijven die simpelweg informatie kregen over hoe vergelijkbare organisaties AI in hun productieproces hadden georganiseerd, ontdekten 44 procent meer bruikbare AI-toepassingen en realiseerden bijna twee keer zoveel omzetgroei. De frictie zit niet in de toegang tot AI-tools, maar in het ontdekken waar AI binnen de eigen organisatie daadwerkelijk waarde toevoegt. Bron: Robert Inklaar, “Productiviteitswinst door AI op microniveau levert nog geen macrowonder op”, ESB, 2 juli 2026. Geplaatst in Gebruiken, Implementeren | Tags adoptie, AI, economie | Reacties uitgeschakeld voor AI verhoogt productiviteit op de werkvloer, maar macro-economische doorbraak laat nog op zich wachten