Maandelijkse archieven: april 2026

Onderzoek Fosway laat verschuivingen zien in leerindustrie

Uit onderzoek van Fosway uit 2025 blijkt dat om- en bijscholing de hoogste prioriteit hebben voor L&D. Vaardigheden identificeren, koppelen aan bedrijfsprioriteiten, ontwikkelen en de vaardigheidsniveaus monitoren, staan centraal bij leiders die onder druk staan.

Markt onder druk

Door de uitdagende economische omstandigheden staat de markt voor digitaal leren onder druk. In het verleden groeide de markt nog, doordat organisaties op zoek gingen naar efficiëntere digitale oplossingen ter vervanging van de verminderde klassikale activiteiten. 

Maar dat is niet langer het geval. Groei is niet langer vanzelfsprekend en dat is ook te zien in diversificatie buiten de kernactiviteiten, proactieve partnerschappen, consolidatie van leveranciers en fusies en overnames. 

Verschuivingen in leerindustrie

Fosway publiceert jaarlijks vijf verschillende 9-Grids, voor diverse soorten HR-systemen, waaronder één voor Digital Learning en één voor Learning Systems. Het verschil tussen deze twee is dat de grid voor Digital Learning aanbieders van content en leerervaringen evalueert; de inhoud, creatie en levering van digitale leercontext, terwijl Learning Systems kijkt naar de infrastructuur en het beheer van leren, de platformen. 

Door kunstmatige intelligentie vervagen echter de grenzen tussen deze twee. Aanbieders van leerplatformen dringen steeds verder door in het segment Digital Learning door geavanceerde tools voor contentcuratie, authoringmogelijkheden en contentbibliotheken toe te voegen.

Daarnaast is een andere verschuiving zichtbaar in de digitale leerindustrie. AI koppelt de waarde van content los van de bestaande vorm of het formaat. Dit is volgens Fosway wellicht de meest significante verschuiving in de digitale leerindustrie. 

Tot nu toe waren de ideeën en kennis in content (de waardevolle informatie) over het algemeen alleen toegankelijk in het formaat waarin ze waren gemaakt of opgeslagen, bijvoorbeeld in PDF of video. Met generatieve AI-tools kunnen we nu rechtstreeks toegang krijgen tot deze ideeën via een AI-gesprek, waarbij we het contentformaat en de distributieketen volledig omzeilen.

Samen leren onderbelicht

Fosway constateert dat weinig digitale aanbieders aandacht hebben voor het samen doorbrengen van zinvolle tijd tijdens het leren, terwijl dit vaak de basis is voor echte ontwikkeling. In het digitale tijdperk zijn meerdere contactpunten, kanalen en fora die leerlingen verbinden en de menselijke band versterken fundamenteel in alle ontwikkelingsprogramma’s. Deze elementen moeten verweven worden in de kern van de leerervaringen.

Het 2026 Digital Learning 9-Grid

De Fosway 9-Grid is een vijfdimensionaal model, waarbij men kijkt naar verschillende criteria: de kwaliteit (performance) van de tool, het potentieel (potential), de aanwezigheid op de Europese markt (presence), de kosten voor aanschaf en gebruik (TCO) en de ontwikkelrichting in termen van prestaties en potentieel (future trajectory).

Nieuwe namen in de Fosway 9-Grid voor digitaal leren in 2026:

  • iAM Learning, een aanbieder van kant-en-klare content gevestigd in het Verenigd Koninkrijk.
  • Mindtools Kineo is de nieuwe naam van Mind Tools en Kineo na de overname.
  • QA, een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde specialist in technologieonderwijs.
  • Skillwell is de nieuwe naam van ETU na de overname van Realizeit.
  • VinciWorks, een aanbieder van kant-en-klare content met hoofdkantoor in het Verenigd Koninkrijk.

Dit jaar zijn Hive Learning, Immerse, Mercuri International en Xperteam verwijderd, omdat ze niet langer voldoen aan de criteria voor opname.

Geplaatst in Branche, Markt | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Onderzoek Fosway laat verschuivingen zien in leerindustrie

Uitdagingen voor HR: autonome AI-agenten en menselijk leiderschap

“Van HR wordt niet alleen verwacht dat het de organisatie ondersteunt, maar ook aantoonbaar bijdraagt aan bedrijfsresultaten.” Dat concludeert Eletive uit een onderzoek gebaseerd op inzichten van 3.400 HR- en People-leiders. 

Volgens het onderzoek is er een duidelijke verschuiving naar meetbare uitkomsten op het gebied van betrokkenheid, prestaties en welzijn.

Het Eletive Executive Report 2026 toont aan dat HR-leiders niet langer alleen veranderingen managen – ze geven er actief vorm aan. Nu organisaties steeds complexer worden, krijgen AI-gedreven besluitvorming, voorspellende retentiestrategieën en doelbewust cultuurontwerp meer prioriteit.

AI-agenten steeds autonomer

In 2025 werd AI volgens het rapport nog voornamelijk gebruikt voor het automatiseren van processen. In 2026 verschuift dit naar het inzetten van AI-agenten die steeds autonomer worden. Deze AI-agenten herkennen risico’s en geven inzichten die de besluitvorming ondersteunen. Deze ontwikkeling benadrukt het belang van HR-leiders die goed overweg kunnen met AI-tools, maar ook van het behouden van menselijkheid in besluitvorming met AI. Daarnaast raadt het rapport aan om AI te integreren in dagelijkse processen en om te werken met toekomstbestendige systemen die beschikken over relevante AI-tools. 

Integratie en processen verenigen

Een deel van de HR-leiders (16%) noemt integratie en het verenigen van HR-processen als een grote uitdaging. Dit maakt duidelijk dat groeiende technologische systemen zorgen voor complexiteit. Losgekoppelde systemen kunnen het overzicht beperken, besluitvorming vertragen en inconsistente medewerkerservaringen creëren. In 2026 moeten HR-leiders zich richten op het vereenvoudigen van de workflow door middel van technologie en het integreren van platforms om duidelijkheid, efficiëntie en groei mogelijk te maken.

Welzijn werknemers belangrijkste uitdaging

Uit het rapport blijkt ook dat 42 procent van de HR-leiders het welzijn van werknemers als belangrijkste uitdaging ziet. Door het invoeren van AI verandert er veel op de werkvloer. Dit kan meer druk leggen op werknemers. Het monitoren van de werkdruk en stressindicatoren kan helpen om effectieve maatregelen te nemen om het welzijn van werknemers te verbeteren. 

Behouden van talent

Het behouden van personeel is volgens 37 procent van de ondervraagde HR-leiders een cruciale uitdaging. Het behoud van talent is de afgelopen jaren complexer geworden en mensen switchen vaker van baan dan voorheen. Hierdoor moeten retentiestrategieën niet langer alleen reactief, maar ook proactief en voorspellend zijn. Een aanbeveling voor HR-leiders uit het rapport is bijvoorbeeld om duidelijke carrièrepaden en mogelijkheden te verstrekken om talent binnen de organisatie te houden. 

“Retentie, cultuur en prestaties zijn nauw met elkaar verbonden. Wanneer medewerkers zich gesteund en gehoord voelen en duidelijke verwachtingen hebben, volgen de resultaten.”
Johanna Lindwert Lannér, Head of People Experience, Eletive.

Lees alle 12 uitdagingen in het rapport hier. 

Geplaatst in Gebruiken, Implementeren | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Uitdagingen voor HR: autonome AI-agenten en menselijk leiderschap

Gloat lanceert contextbewuste AI-agents

De taak van Agentic HR‑technologie is niet het beheren van HR‑processen, maar de workforce continu in beweging brengen om aan te sluiten bij waar het bedrijf naartoe moet, aldus Gloat in een persbericht. 

De agents van Gloat mobiliseren talent binnen de organisatie zodra een zakelijke prioriteit verschuift. Ze detecteren retentierisico’s en grijpen in voordat iemand daar opdracht voor geeft. Ze koppelen talent in realtime aan kansen binnen de organisatie. En daar is geen aparte HR-applicatie voor nodig, de agents regelen dat allemaal binnen de tools die al binnen de organisatie gebruikt worden. 

Met een agent builder kun je visueel je eigen agents bouwen, rechtstreeks in MS Teams, Copilot, Slack en andere platforms. Beslissingen en aanbevelingen verschijnen direct in dagelijkse workflows, zonder dat iemand aparte HR‑applicaties hoeft te openen. 

Josh Bersin noemt dit op zijn website ‘in veel opzichten een fantastisch idee.’ “Je zou met Gloat kunnen beginnen en voortbouwen op je bestaande HCM-systeem, zonder te hoeven wachten tot je oude leverancier heeft gebouwd wat je nodig hebt. En omdat het Gloat-platform open is, kun je je agents koppelen aan andere interne systemen.” 

Unieke Workforce Content Engine

Bersin noemt de Workforce Context Engine van Gloat uniek. “Ik weet niet of andere HCM-leveranciers al een dergelijk systeem hebben ontwikkeld.”

Na bijna tien jaar onderzoek naar workforce-AI en miljarden echte loopbaangebeurtenissen heeft Gloat een Workforce Context Engine ontworpen voor de specifieke complexiteit van talentbeslissingen, met de naam Loomra. Vaardigheden, loopbaantrajecten, organisatiestructuren en personeelsrelaties van miljoenen werknemers wereldwijd zijn onderzocht en gemodelleerd. Deze context is ook wat het Agentic HR-platform van Gloat onderscheidt van de andere aanbieders van AI-agents.

Gelaagde architectuur

De meeste AI-systemen werken volgens het principe: data erin, voorspelling eruit. Voor smalle taken werkt dat goed, maar niet wanneer er meerdere domeinen bij komen kijken. Wanneer je bijvoorbeeld iemand wilt koppelen aan een rol binnen de organisatie en daarbij rekening moet houden met salarisschalen, wet- en regelgeving en de ambities van de medewerkers zelf. 

Loomra werkt met een gelaagde architectuur, waarbij de lagen niet in een vaste volgorde werken; ze zijn composable (vrij met elkaar te combineren). De verschillende lagen zijn:

  1. Knowledge Graph, voor het structureren en verbinden van alle workforce‑entiteiten.
  2. Intelligent Tools, voor het uitvoeren van specifieke talentoperaties.
  3. Personalization Engine, om individuele loopbaantrajecten te begrijpen en modelleren.
  4. Retrieval & Embedding om semantisch relevante informatie razendsnel te vinden.
  5. Business Logic Engine om organisatieregels en compliance af te dwingen.
Geplaatst in Innovatie, Markt | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Gloat lanceert contextbewuste AI-agents

6 op 10 bedrijven wil payroll gaan uitbesteden

Bijna zes op de tien werkgevers (57%) wil binnen drie jaar zowel payrollsoftware als
-dienstverlening uitbesteden aan een externe partij. Momenteel doet 50 procent dat al, ten opzichte van 45 procent in 2024. 

Ook werkt 44 procent van de werkgevers met Managed Payroll Services (MPS), 9 procent meer dan in 2024. Daarbij combineren organisaties externe software met gedeeltelijke ondersteuning door externe experts. Ongeveer 6 procent besteedt payroll nu volledig uit, terwijl één op de tien verwacht dit binnen drie jaar te doen. 

Dat blijkt uit onderzoek van Europese HR-dienstverlener SD Worx, op basis van onderzoek onder zo’n 6.000 HR-managers en 16.500 werknemers in zestien Europese landen, waaronder Nederland.

Managed Payroll Services populair

Momenteel doet nog 19 procent van de organisaties de loonberekening en payrolladministratie volledig intern. Binnen drie jaar zal dat aandeel naar verwachting dalen naar 14 procent. Eén op de tien gebruikt nu interne payrollsoftware en werkt daarnaast met externe medewerkers, terwijl 22 procent een SaaS-oplossing gebruikt. Daarbij werkt het interne team met gespecialiseerde payrollsoftware van externe aanbieders.

Managed Payroll Services (MPS) worden het meest ingezet. 44 procent van de organisaties gebruikt externe software in combinatie met gedeeltelijke ondersteuning van externe experts. Deze aanpak is vooral populair in België, Italië en Nederland (ieder met 57%). 

Bijna de helft (47%) van de werkgevers verwacht MPS binnen drie jaar te gebruiken. Volledige outsourcing wint ook terrein, met 6 procent nu en een verwachte stijging naar 10 procent in 2029. Nederland laat een van de sterkste groeiverwachtingen zien, met een verwachte stijging naar 16 procent.

Payrollprioriteiten in 2026

Hoewel bedrijven payroll steeds vaker uitbesteden, blijven ze investeren in hun interne payrollteams. Voor 22 procent van de Europese HR-professionals is training en upskilling van interne payrollteams de hoogste prioriteit in 2026. 

Daarna volgen uitgebreidere zelfservice-oplossingen (21%), zodat medewerkers makkelijker toegang hebben tot loonstroken of verlof kunnen aanvragen, iets wat zes op de tien werknemers aangeven te missen. 

Nog eens 21 procent wil duurzamer omgaan met payroll, met bijvoorbeeld volledige digitale processen en energiezuinigere systemen.

Systeemintegratie (20%), zoals het koppelen van payroll aan HR, finance, tijdsregistratie en apps voor arbeidsvoorwaarden, en een sterkere focus op privacy (20%), maken de top vijf payrollprioriteiten af voor 2026. Datzelfde aandeel (20%) wil ook compliance versterken en sneller inspelen op nieuwe regelgeving, wat de groeiende complexiteit van wet- en regelgeving weerspiegelt.

Tot slot wil 18 procent meer investeren in AI binnen payrollprocessen. Op dit moment gebruiken HR-professionals AI vooral voor tijdsregistratie (31%), rapportage en analyse (28%) en payrollmanagement (27%).

‘’Payroll verandert van een administratieve backoffice-taak naar een strategische functie binnen HR, finance en personeelsbeheer,’’ zegt Michael Custers, Chief Strategy Officer bij SD Worx. ‘’Regelgeving wordt steeds complexer en er zijn steeds hogere verwachtingen rond dataveiligheid. Daardoor stappen organisaties over van servicegedreven modellen naar meer technologiegedreven en geïntegreerde payrollplatformen.”

Geplaatst in Branche, Markt | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor 6 op 10 bedrijven wil payroll gaan uitbesteden

Spelregels voor game-based assessments: wat mag wel en wat niet?

Met online en game-based assessments kun je gedrag analyseren, vaardigheden beoordelen en antwoorden interpreteren. Op basis daarvan beoordelen werkgevers hoe goed een sollicitant bij een functie past.

Dergelijke systemen kunnen echter tot geautomatiseerde besluitvorming leiden, waarschuwt de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). En daar gelden strenge regels voor, onder artikel 22 van de AVG. 

De organisatie zegt dat ze vóór innovatie en voor de toepassing van tech is, en dat AI kan helpen om objectieve beoordeling binnen het werving- en selectieproces te optimaliseren. Juist om daarbij te helpen, heeft de AP in maart een handreiking met richtlijnen gepubliceerd

Wanneer is er dan sprake van geautomatiseerde besluitvorming? “Je moet jezelf de vraag stellen of het gaat om een systeem dat zelfstandig beslissingen neemt over sollicitanten of kandidaten, zonder dat er een betekenisvolle menselijke tussenkomst is”, zegt Smsmieh. 

Betekenisvolle menselijke tussenkomst

Maar wat is dat, betekenisvolle menselijke tussenkomst? “Er moet een menselijke beoordelaar zijn die de uiteindelijke selectie maakt. Een voorspelling of een voorbeslissing vanuit een systeem, moet dus nog door een mens beoordeeld worden.”

Daar gelden bepaalde minimumvereisten voor. Allereerst: de menselijke beoordelaar moet de vrijheid en bevoegdheid hebben om een beslissing of voorspelling uit een systeem aan te passen of te negeren. Systemen maken soms fouten en een mens moet de mogelijkheid hebben om daarop te reageren.

Begrijpen hoe het systeem kandidaten selecteert

Daarnaast moet de menselijke beoordelaar bekwaam zijn, dus begrijpen hoe het systeem werkt. “We zien vaak HR-medewerkers die wel bij het beslissingsproces zitten, maar niet begrijpen hoe het systeem werkt of hoe het algoritme beslissingen neemt. Als je het algoritme niet begrijpt, kun je het ook niet oneens zijn met de voorspelling uit een systeem en deze zo nodig negeren of aanpassen”, vertelt Smsmieh. 

Ook dat gaat in de praktijk nogal eens fout. “We hebben wel meegemaakt dat we iemand vragen stelden over hoe een score tot stand is gekomen en dat de medewerker dat niet wist. Dan kun je mij ook niet vertellen dat je daar invloed op hebt gehad.”

Als je het algoritme niet begrijpt, kun je het ook niet oneens zijn met de voorspelling uit een systeem en deze zo nodig negeren of aanpassen.

Wat ook gebeurt, is dat mensen blind vertrouwen op een systeem. “We hebben wel gezien dat iemand bevoegd en bekwaam is om een beslissing te nemen, maar daar helemaal niets mee doet. Diegene vertrouwt volledig op de voorspelling van het systeem en stuurt op basis daarvan handmatig afwijzingsbrieven naar de kandidaten die onder de minimumdrempel hebben gescoord. Maar dat is niet voldoende. Je moet je bekwaamheid en bevoegdheid ook daadwerkelijk toepassen. Je moet jouw menselijke invloed toevoegen aan het uiteindelijke besluit.”

Hoe waarborg je menselijke tussenkomst bij werving en selectie?

Aan bedrijven dus de taak om aan te tonen dat er een bekwame en bevoegde menselijke beoordelaar te pas komt bij werving en selectie. Dat kan bijvoorbeeld via een DPIA: een Data Protection Impact Assessment. Dit is in feite een risicobeoordeling, waarmee vooraf de privacyrisico’s van een gegevensverwerking in kaart worden gebracht. 

“Bij dit soort systemen is sprake van hoogrisicoverwerkingen, wat betekent dat je sowieso een DPIA moet uitvoeren. Daarin kun je dus prima waarborgen hoe je betekenisvolle menselijke tussenkomst hebt ingericht”, aldus Smsmieh. 

Wanneer mag geautomatiseerde besluitvorming wel?

Overigens is het niet zo dat geautomatiseerde besluitvorming via online- en game-based assessments helemaal verboden is. Er zijn bepaalde uitzonderingen waarbij dit wel mag worden toegepast. 

Een van de uitzonderingen is dat het voor een specifiek geval noodzakelijk is. Smsmieh geeft een voorbeeld: “Stel, je zet een vacature uit waar je een bepaald aantal reacties op verwacht. Als je dan plots duizenden sollicitaties binnenkrijgt en je maar beperkte capaciteit hebt, dan is het onwerkbaar om die allemaal met de hand te beoordelen. Dan moet je een deel van het proces wel automatiseren.” 

In zo’n geval moet je echter wel kunnen aantonen dat het automatiseren daadwerkelijk noodzakelijk is. En dat moet bovendien per situatie opnieuw beoordeeld worden. “Elke procedure is uniek, elke functie is uniek. Voor de een krijg je duizenden reacties, voor de ander veel minder. Je kunt niet zeggen dat dit voor alle selectieprocedures standaard noodzakelijk is. En je moet die noodzakelijkheid wel kunnen aantonen en vastleggen, bijvoorbeeld via een DPIA.”

Sollicitant geeft ‘vrijelijk toestemming’

Een andere uitzondering is wanneer de sollicitant vrijelijk toestemming geeft voor een geautomatiseerd selectieproces. Maar daar is de AP erg terughoudend in, omdat er sprake is van een ongelijke verhouding tussen sollicitant en de werkgever. De toestemming wordt dan vaak niet vrijelijk gegeven, maar eerder onder druk: ga je niet akkoord, dan krijg je de baan niet. “In sommige gevallen is vrijelijke toestemming mogelijk, maar dat is lastig aan te tonen. En in de meeste gevallen kan dat ook niet.”

Is een geautomatiseerd assessment een verplicht onderdeel, dan is er al direct geen sprake meer van vrijelijke toestemming. “Diegene moet de vrijheid hebben om die deelname op ieder moment te weigeren. En de toestemming moet je op ieder moment kunnen intrekken. Ook moet je kunnen aantonen dat iemand nooit druk heeft gevoeld om toestemming te geven en dat iemand geen nadelige gevolgen krijgt door te weigeren.”

Risico’s assessmentsysteem kennen en beperken

In de situatie dat geautomatiseerde besluitvorming via online- en game-based assessments wel mag, moet de werkgever diverse waarborgen inbouwen. Dergelijke besluitvorming brengt namelijk diverse risico’s met zich mee. Uitkomsten zijn niet altijd accuraat of betrouwbaar, kunnen onbedoeld discriminerend zijn, en systemen zijn bovendien niet altijd geschikt om te beoordelen of iemand bij een functie past.

Een voorbeeld is een assessment dat stemmen en gesprekken analyseert. Is iemand erg nerveus, dan komt diegene misschien slechter uit zijn woorden. Dat wil niet zeggen dat diegene niet goed zou functioneren in de baan waarop gesolliciteerd wordt. Maar een assessment-systeem kent dergelijke nuances niet. Dat systeem zegt dan dus mogelijk: deze persoon functioneert niet, omdat hij niet uit zijn woorden komt. 

Werkgever blijft verantwoordelijk 

Het is de taak van de werkgever om deze risico’s te kennen en daar passende maatregelen voor te nemen. “Vanaf het moment dat je zo’n systeem inkoopt, moet je zorgen dat het goed gebouwd is en dat de data die verwerkt worden, accuraat zijn. Je moet voorkomen dat het onbedoeld bias kan veroorzaken of een onjuiste voorspelling kan geven”, zegt Smsmieh. “Het systeem of de game die je koopt, moet geschikt zijn om mensen te beoordelen voor de functie die je aanbiedt. En je moet als werkgever kunnen aantonen dat je je best hebt gedaan om deze risico’s te beperken.”

Belangrijk daarbij is ook dat de verantwoordelijkheid altijd bij de werkgever blijft liggen, ook als je een systeem bij een derde partij inkoopt. Voldoet een systeem dus niet, dan blijf jij daar als werkgever ook verantwoordelijk voor. “De kandidaten solliciteren voor een functie bij jou”, benadrukt Smsmieh. “Natuurlijk mag je een gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke hebben en gezamenlijke afspraken maken voor de uitoefening van deze rechten. Maar je blijft als werkgever te allen tijde verantwoordelijk voor het naleven van deze verplichtingen.”

Geplaatst in Branche, Markt | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Spelregels voor game-based assessments: wat mag wel en wat niet?